• GEEN WACHTLIJST
  • BINNEN 24 UUR EERSTE GESPREK
  • PROFESSIONEEL
  • PERSOONLIJK
Home » Blogs » Kosten van een tandartsrekening

Kosten van een tandartsrekening

Afgelopen weken was er veel verwarring en onbegrip bij een groot aantal bewindvoerders en juristen. Het gaat over een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam, welke betrekking heeft op de kosten van een tandartsrekening. Wat is er precies aan de hand?

Een bewindvoerder heeft een rekening van de tandarts van zijn klant niet betaald, omdat de tandarts de bewindvoerder niet om toestemming heeft gevraagd voor de behandeling. De tandarts was op de hoogte van de onderbewindstelling van zijn client en de bewindvoerder vindt daarom dat hij de overeenkomst mag ontbinden en de factuur niet hoeft te betalen. De rechter heeft daar echter een andere mening over en heeft geoordeeld dat de bewindvoerder de kosten van de ingreep gewoon moet betalen. 

Op social media las ik veel onbegrip en verbazing over deze kantonrechter die deze uitspraak heeft gedaan. Maar is dit onbegrip over deze beslissing terecht? Gaan de verontwaardigde bewindvoerders en juristen niet te kort door de bocht omdat er onderscheid gemaakt kan worden tussen verschillende soorten behandelingen en daarmee dus ook bij het wel of niet moeten betalen van de kosten van een tandartsrekening? Of hebben ze gewoon een punt?

Om daar achter te komen moeten we natuurlijk het wetboek induiken en op zoek gaan naar relevante jurisprudentie. Alleen maar stellen dat een factuur niet betaald hoeft te worden en de overeenkomst vernietigd kan worden wanneer iemands goederen onder bewind gesteld staan, is natuurlijk niet voldoende. Ook niet  wanneer de onderbewindstelling bekend was bij degene die de overeenkomst aan is gegaan. 

Een bewindvoerder is geen mentor

Zoals gezegd moeten we eerst maar eens goed naar de wet kijken en dan meer specifiek naar de taken en bevoegdheden van een beschermingsbewindvoerder. Deze taken en bevoegdheden liggen vastgelegd in titel 19 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Meer specifiek, vanaf artikel 1:431 BW (artikel 431 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek).

Wanneer je titel 19 doorleest, dan kom je er al vrij snel achter dat hier helemaal niets over behandelingen, verzorging, verpleging of begeleiding van onder bewind gestelde personen geschreven staat. Dat is op zich logisch omdat een bewindvoerder bewind voert over de door de rechter vastgestelde goederen van een persoon, en dus niet over de persoon zelf. Een mentor is zoals we behoren te weten daar wel toe bevoegd. Dit blijkt ook uit artikel 1:453 lid 1 BW. Dit artikel stelt: 

"Tenzij uit de wet of verdrag anders voortvloeit, is de betrokkene tijdens het mentorschap onbevoegd rechtshandelingen te verrichten in aangelegenheden betreffende zijn verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding."

Kort samengevat zegt dit artikel: De mentor beslist in deze zaken, niet de betrokkene.

Geen mentor wel een bewindvoerder

Maar wat nou als de betrokkene geen mentor heeft, maar wel een bewindvoerder? Wordt de bewindvoerder in zo'n situatie dan door de wetgever gelijkgesteld aan een mentor? Met andere woorden: 'Wordt de bewindvoerder van rechtswege bevoegd om over dit soort zaken beslissingen te nemen?'

Artikel 1:458 BW zegt daar meer over, te weten:

"Voor zover een of meer van de goederen van de betrokkene onder een bewind als bedoeld in titel 19 van dit boek staan, is de bewindvoerder, indien hij niet tevens mentor is, niet tot optreden bevoegd ten aanzien van aangelegenheden als in artikel 453, eerste lid, van dit boek bedoeld." 

Kort samengevat is een bewindvoerder dus niet bevoegd op te treden bij aangelegenheden betreffende: verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding wanneer de bewindvoerder niet ook tevens de mentor is. Een bewindvoerder wordt dus, bij het ontbreken van een mentor, niet gelijkgesteld aan een mentor. De betrokkene blijft bevoegd!

Maar let op!

Dat wordt anders wanneer de behandeling niet een standaardbehandeling is zoals een (half) jaarlijkse controle met geringe werkzaamheden of wanneer er verschillende behandelmogelijkheden zijn welke verschillende prijsindicaties hebben. Zo blijkt uit de uitspraak van de Rechtbank Oost Brabant. In die casus is er sprake van een betrokkene die onder bewind staat en een tandheelkundige behandeling heeft ondergaan wat geen noodgeval en ook niet een standaardbehandeling was. De bewindvoerder heeft de factuur niet betaald omdat er, zo blijkt, een goedkopere behandeling mogelijk was geweest om het tandheelkundige probleem op te lossen. De rechter stelt de bewindvoerder in het gelijk, en dat is in principe best logisch wanneer je, net als de rechter, de wet volgt. 

In eerste instantie kijkt de rechter bij een medische behandeling naar artikel 7:450 BW. Dit artikel regelt de toestemming voor een medische behandeling. Er staat: 

"Voor verrichtingen ter uitvoering van een behandelingsovereenkomst is de toestemming van de patiënt vereist."

Omdat de patiënt/ betrokkene geen mentor heeft die voor hem had moeten beslissen, en we hierboven al hebben kunnen lezen dat een bewindvoerder niet gelijkgesteld wordt aan een mentor, heeft betrokkene deze toestemming feitelijk gewoon zelf kunnen en mogen geven. 

Echter, de tandarts is ook gehouden aan artikel 7:448 BW. De zogenoemde "Informed Consent". Dit artikel regelt dat de tandarts zijn patiënt moet inlichten over de verschillende soorten mogelijkheden van behandelen, en ook over de kosten die de verschillende behandelingen met zich mee zullen brengen. En precies daar zit de crux in beide uitspraken. Waar de rechter van de Rechtbank Oost Brabant dit punt ambtshalve benoemd, gaat de rechter van de Rechtbank Amsterdam hier volledig aan voorbij.

Aangezien beide patiënten/ betrokkene in beide zaken geen vermogensrechtelijke beslissing mogen en kunnen nemen met betrekking tot de verschillende kosten van de behandeling, hadden beide tandartsen uit beide zaken toestemming moeten vragen aan de bewindvoerder.

Nu ga ik, wellicht tegen beter weten in, er van uit dat de rechter van de Rechtbank Amsterdam nog andere overwegingen heeft gehad, maar dat zij deze niet uitgesproken heeft, dan wel dat deze om welke reden dan ook, niet in het vonnis opgenomen zijn. Overwegingen om de bewindvoerder in het ongelijk te stellen zouden kunnen zijn:

  • De eiser stelde dat de behandeling noodzakelijk zou zijn geweest en dat juist door deze behandeling hogere kosten voorkomen zijn.
  • De kosten die betaald zouden moeten worden bedragen € 30,90 en zijn zeer gering te noemen.

De vraag is dan ook of de tandarts nog een andere behandeling voor hetzelfde probleem had kunnen uitvoeren, waarbij de kosten lager waren uitgevallen. 

Het had op de weg van de bewindvoerder gelegen om dit goed uit te zoeken en de rechter hier in de conclusie van dupliek op te wijzen. Tevens had de bewindvoerder moeten wijzen op "Informed Consent" en de uitspraak van de Rechtbank Oost Brabant. 

Echter, wanneer de rechter echt van van mening is dat een bewindvoerder vermogensrechtelijk niet bevoegd is bij dit soort zaken, dan hebben we een andere uitdaging. Het lijkt mij dan ook verstandig (lees: zeer belangrijk) wanneer de bewindvoerder in hoger beroep gaat tegen deze uitspraak. Doet de bewindvoerder dit niet, dan hebben wij als bewindvoerders kans dat hier een onwenselijk precedent is geschapen met betrekking tot tandartskosten.

Kort samengevat mag een bewindvoerder een noodzakelijke medische ingreep niet weigeren, omdat een bewindvoerder daar simpelweg niet over gaat. De wet is daar in principe heel duidelijk over. Die taak is enkel weggelegd voor een mentor wanneer die er is.

Een bewindvoerder mag wel uit kostentechnisch oogpunt een goedkopere optie kiezen, wanneer er meerdere oplossingen zijn in geval van een (noodzakelijke) medische ingreep. De behandelend arts moet in zo'n geval ook altijd de bewindvoerder informeren zodat de juiste financiële afweging gemaakt kan worden. Doet de behandelend arts dat niet, dan kun je als bewindvoerder de overeenkomst ontbinden (zie uitspraak Rechtbank Oost Brabant). Tevens weegt het financiële belang van de bewindvoerder zwaarder dan het gewenste esthetische belang van de onderbewindgestelde blijkens deze uitspraak. 

Goed om te weten:

Een tandarts is aan tuchtrecht onderworpen. Wanneer een tandarts de bewindvoerder niet of niet goed op de hoogte houdt, dan kan de bewindvoerder een klacht indienen en kan de tandarts bijvoorbeeld berispt worden.


« 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.